Eerder verschenen als pdf
Jaartje niks doen De levensloopregeling staat voor de deur. Banken en verzekeraars voeren campagnes om klanten binnen ...
Download het uitgebreide pdf-artikel (€ 1,30):  |
|
Kort gezegd komt de levensloopregeling hierop neer: als werknemer kunt
u een deel van uw bruto-inkomen sparen voor (langdurig) verlof.
Deelname aan de levensloopregeling is vanaf 2006 een wettelijk recht.
Wilt u sparen voor een betaalde verlofperiode, bijvoorbeeld een
sabbatical of ouderschapsverlof, dan moet uw werkgever daaraan
meewerken.
Kiest u voor deelname aan de levensloopregeling, dan houdt uw werkgever
maandelijks een bedrag in op uw brutosalaris en stort dit op uw
persoonlijke levenslooprekening of levensloopverzekering. Over het
spaarsaldo ontvangt u elk jaar rente of dividend, afhankelijk van de
gekozen spaarvorm. Hebt u een aardig bedrag gespaard en wilt u er een
tijdje tussenuit of wilt u het spaartegoed gebruiken om eerder te
stoppen met werken, dan moet u toestemming hebben van uw werkgever. Na
inhouding van belastingen krijgt u het bedrag op uw rekening gestort.
Per maand is dit maximaal 100% van het laatst ontvangen salaris, er
geldt geen minimumbedrag.
U mag per jaar maximaal 12% van uw brutoloon belastingvrij sparen voor
de levensloopregeling. Over de inleg wordt geen loonbelasting geheven,
wel worden premies werknemersverzekeringen ingehouden. Loonbelasting
betaalt u pas als u (een deel van) uw spaartegoed opneemt. Op dat
moment wordt ook een inkomensafhankelijke bijdrage voor de
Zorgverzekeringswet ingehouden.
De levensloopregeling in 8 bullits
- Elke werknemer mag per jaar 12% van het brutoloon opzij zetten. Is
het maximum toegestane spaarsaldo bereikt (210% van het bruto
jaarsalaris), dan stopt het storten.
- Voor werknemers die op 31 december 2005 tussen de 51 en 56 jaar zijn,
geldt het maximum van 12% niet. Zij mogen versneld het levenslooptegoed
volstorten.
- De werkgever stort het spaarbedrag op een voor dit doel geopende levenslooprekening of levensloopverzekering.
- De werknemer ontvangt over zijn spaartegoed jaarlijks rente of dividend, afhankelijk van de gekozen spaarvorm.
- Wil een medewerker verlof opnemen, dan moet de werkgever vooraf
toestemming geven. Alleen bij wettelijk geregelde verlofvormen zoals
ouderschaps- en zorgverlof is de werkgever verplicht het verlof toe te
staan.
- De belasting draagt een steentje bij: wie deelneemt aan de levensloopregeling krijgt elk jaar een heffingskorting van 183,-.
- Werkgevers kunnen het gebruik van de levensloopregeling stimuleren in
de vorm van een werkgeversbijdrage. Zon werkgeversbijdrage telt mee in
de 12%-grens.
- Naast de levensloopregeling blijft de spaarloonregeling bestaan. Een
werknemer kan deelnemen aan één van beide regelingen. Elk jaar opnieuw
kan de werknemer die keuze maken. Voor de spaarloonregeling geldt een
maximum inleg van 613,- euro per jaar (peildatum 2005).
|
Shoppen voor het beste rendement
Als werknemer kiest u zelf bij wie u uw levensloop onderbrengt. U kunt
dus shoppen bij verzekeraars, pensioenfondsen of banken voor het beste
rendement tegen de meest aantrekkelijke voorwaarden. Wel lastig voor uw
werkgever, want hij is verantwoordelijk voor de administratieve
controle en afhandeling.
Zakendoen met verschillende
levensloopaanbieders brengt extra administratieve rompslomp met zich
mee. De kans is daarom groot dat werkgevers hun medewerkers proberen
over te halen om te kiezen voor een collectieve levensloopverzekering.
Dit kan overigens ook in uw voordeel zijn: zon collectief product
levert meestal een hoger rendement op. Maar nogmaals: u bent niets
verplicht. Kiest u liever voor een andere partij dan die waarmee uw
werkgever een contract heeft, dan is dat uw goed recht.
Veel aanbieders van levensloopproducten bieden deelnemers de keuze
tussen sparen, beleggen of verzekeren. Wilt u uw geld binnen vijf jaar
kunnen opnemen, dan is de spaarvariant aantrekkelijk. Ligt uw doel wat
verder weg, dan levert de beleggingsvariant vaak een beter rendement.
Een derde mogelijkheid is de levensloopverzekering. Vaak leggen
aanbieders hier een relatie tussen het rendement en de uitkering bij
overlijden. Hoe lager de overlijdensuitkering, hoe hoger het rendement.
Naast de nieuwe levensloopregeling blijft de bestaande
spaarloonregeling intact. Maar het is het één of het ander: óf u doet
mee aan de levensloopregeling, óf u doet mee aan de spaarloonregeling.
Dit is het zogenoemde anti-cumulatiebeding. U kunt wél in hetzelfde
jaar uit beide regelingen geld opnemen. De keuze tussen spaarloon of
levensloop kunt u overigens elk jaar opnieuw maken.
VerlofvormenHoe lang sparen?
Hoe lang moet u sparen om een pauze te nemen tijdens uw loopbaan?
Op www.spaarvooruwverlof.nl berekent u het voor uw persoonlijke situatie.
rekenvoorbeeld
U bent 42 jaar, hebt een bruto-maandinkomen van euro 5.000,- en zet 10% opzij in de levensloopregeling.
De werkgever houdt dan 500 euro in op het maandsalaris; netto heeft u
elke maand 240 euro minder in uw portemonnee. Houden we rekening met
een rentevergoeding van 4%, dan hebt u na drie jaar (als u 45 bent)
een tegoed opgebouwd om vijf tot zes maanden verlof te
financieren op basis van 70% doorbetaling.
Wilt u tijdens uw verlof de
volle mep ontvangen? Dan kunt u na drie jaar sparen, drie tot vier
maanden betaald verlof opnemen. Na tien jaar (op 52 jarige leeftijd)
kunt u er 20 tot 21 maanden tussenuit (op basis van 70% doorbetaling en
4% rentevergoeding) of 14 tot 15 maanden als u tijdens het verlof uw
volledige salaris wilt houden.
Na vijf jaar kunt u er vijf tot zes aaneengesloten maanden tussenuit,
op basis van 70% van uw inkomen en een rente van 4%. Maar u kunt uw
spaartegoed ook inzetten om een aantal maanden lang minder dagen te
werken, zodat u bijvoorbeeld het ouderschap en professionele ambities
prettiger combineert. Wat resteert op uw levensloopsaldo besteedt u
gewoon op een later moment. |
Hebt u genoeg saldo vergaard om uw droomverlof waar te maken, dan kunt
u uw spaarsaldo aanspreken. Denk bijvoorbeeld aan een sabatical,
studieverlof, zorg- of ouderschapsverlof. Ook kunt u het spaartegoed
gebruiken om eerder te stoppen met werken. In een aantal gevallen hebt
u toestemming nodig van uw werkgever. Bij wettelijk geregelde
verlofvormen als zorgverlof en ouderschapsverlof is de werkgever
verplicht het verlof toe te staan.
Minister De Geus (Sociale Zaken) verwacht dat steeds meer mensen de
levensloopregeling zullen gebruiken om tijdens het spitsuur van het
leven, als de zorg voor kinderen en carrière op het hoogtepunt zijn,
een break te financieren en dat het gebruik voor prepensioen op de
achtergrond zal raken.
Werknemersorganisaties zoals FNV Bondgenoten
waarschuwen ervoor dat de regeling vooral door goed verdienende
tweeverdieners benut zal worden: als er weinig verdiend wordt, is er
ook weinig te sparen. Van enig solidariteitsbeginsel in levensloop is
geen sprake: de regeling is ieder voor zich en (als het even meezit)
een werkgeversbijdrage voor ons allen.
Sparen voor vervroegd pensioen kan ook met de levensloopregeling.
Volgens de website van SZW kunt u met het maximale tegoed zon drie tot
vier jaar prepensioen financieren op basis van 70% doorbetaling. Als uw
pensioenverzekeraar het toestaat om per 1 januari 2006 bestaande
prepensioenaanspraken af te kopen, mag u dit bedrag zonder
belastingheffing in de nieuwe levensloopregeling storten. De maximale
grens van 12% van het bruto jaarinkomen, vervalt dan eenmalig.